BrightLights
zelfbewustzijn

Psyche: op zoek naar karakter

Naarmate je ouder wordt, hoort je zelfbeeld te versterken. Er is sprake van sterk omlijnd principe, een concept dat als een vlek uit te tekenen is op een links-rechtsschaal van alle menselijke eigenschappen. Ergens in de lucht hangt een abstract idee van wie je bent en welk gedrag daarbij hoort.

Het idee van een eigen karakter bezitten en aan de hand daarvan kijken of de keuzes die je maakt passend zijn, is behoorlijk efficiënt. Zodra je het pakket van eigenschappen uit het zicht verliest,  kun je eenvoudig het oude kader herpakken door te zeggen ‘er is iets aan de hand, want zo functioneer ik gebruikelijk niet’.

Je doorloopt je puberteit en herziet de eigenschappen. Leert jezelf kennen, bewaren en afbakenen, je schept een veilig thuis van een identiteit en schikt je daarin. Het is verschrikkelijk comfortabel, het maakt het dagelijks leven rustig. Zodra het onduidelijk is welk karakter je eigenlijk hebt, wordt het echter veel moeilijker om de balans te herstellen.

Freud

Volgens Sigmund Freud (1856 –1939) is een persoonlijkheid een product van een wisselwerking tussen het onderbewustzijn, het beeld dat je van jezelf hebt en de manier waarop je jezelf presenteert aan je omgeving. Soms treedt er een storing op in de communicatie tussen al deze elementen. De Oostenrijkse psychiater tekende op dat er dan sprake is van een mentale stoornis. Zo kan een depressie de verhouding tussen het onderbewustzijn en het bewuste zelf verstoren, terwijl een aandoening als Borderline of autisme ook invloed heeft op het contact tussen het bewuste zelf en de buitenwereld. Hij meent dat er iets niet meer klopt, een breekpunt is, waardoor een individu verzeild raakt in golven van moeilijke gedachten en onopgeloste paradoxen.

Freud was hiermee één van de eerste denkers die een psychologische verklaring zocht achter een fenomeen als karakter, en specifiek de verstoring van het karakter. Filosofen braken hier al eerder hun hoofd over. John Stuart Mill (1856 –1939) was één van de eersten die gebruikmaakte van het woord ‘karakter’. In zijn ogen was een karakter geen vaststaande identiteit, maar een groeiende boom. Als kind ontwikkel je de grondslagen van je karakter, daarna is er een basis, maar kunnen details veranderen door de verlangens die je voor ogen hebt en de wensen die de rest van de wereld je oplegt. Er is dus een vaste combinatie van eigenschappen die typisch zijn voor een persoon, maar er is een grote kans dat het individu hier zelf geen zicht op heeft. Hij verwart immers zijn intrinsieke kenmerken met de manier waarop hij omgaat met de buitenwereld. Ook zijn theorie geeft een vermoeden van wat er gebeurt als er een groot verschil is tussen de eigen belevingswereld en die van de omgeving. Er treedt een error op.

De psyche

Een therapiesoort als psychotherapie of psychoanalyse richt zich op het fiksen van wat er volgens Freud kapot of beschadigd is. Een individu wordt zich hyperbewust gemaakt van de verstoring in communicatie. Door zijn omgeving beter te leren begrijpen kan hij het contact herstellen, in een ander geval moet hij grip krijgen op wat zijn onderbewustzijn hem ingeeft, en dat zien te accepteren en te verwerken.

Freuds theorie was behoorlijk innovatief en helpt tot heden veel mensen die tegen problemen aanlopen. Na het verschijnen van dit idee is er echter enorm veel kritiek over hem uitgestort, omdat het idee van een ‘onderbewustzijn’ vaag gedefinieerd was. Volgens hem draait het onderbewustzijn op driften en lusten, die een eigen leven kunnen gaan leiden. Als een drift te heftig wordt, beïnvloedt dit het bewuste zelf. De driften die Freud omschreef doen wat negentiende-eeuws aan; de seksuele drift van veel mannen zou zo voortkomen uit de ongestilde verlangen naar hun eigen moeder. De meeste psychologen menen dat het onderbewustzijn een veel complexer mechanisme is dan Freud omschrijft. Sindsdien is er nog geen enkele denker of wetenschapper geweest die het onderbewustzijn volledig heeft te ontmantelen. Voor nu blijft het een schaduwrijke poel van emoties en gedachten waar alleen de beste psycholoog enigszins grip op kan krijgen.

Probleem van het onderbewustzijn

De onduidelijkheid die er nog bestaat over het onderbewustzijn, is terug te herkennen in hoe we de ernst van mentale problemen rangschikken. Problematiek die vooral gekoppeld is aan het onderbewustzijn (veelal persoonlijkheidsstoornissen, waarbij ‘het karakter’ is verstoord) wordt gezien als het moeilijkst om te verhelpen, of er wordt zelfs een chronisch karakter aan toegeschreven. De chronische typering komt niet zozeer voort uit of een stoornis aangeboren is of onlosmakelijk verbonden aan een persoon is; er is gewoonweg nog geen manier gevonden om zo diep in het onderbewustzijn door te dringen dat de diepgewortelde problemen van een persoonlijkheidsstoornis te verhelpen zijn.

Persoonlijkheidsstoornissen zijn niet alleen moeilijk te doortasten, meestal wordt de exacte oorzaak niet eens begrepen. Stoornissen uit het eerste cluster worden afgedaan als chronisch en erfelijk (de paranoïde, schizoïde en schizotypische persoonlijkheidsstoornis), evenals een deel van het tweede cluster (borderline en antisociale stoornis). De ‘lichtere’ stoornissen uit spectrum 2 en de problematiek uit spectrum 3 (2: narcistische en theatrale stoornis, 3: afhankelijke, ontwijkende en obsessief-compulsieve stoornis) wordt vaak gerelateerd aan traumatische ervaringen die iemand in zijn leven heeft gehad, maar worden ook omschreven als chronisch. Dat is vreemd als je het vergelijkt met hoe andere problematiek wordt omschreven: als het voortkomt uit meegemaakte gebeurtenissen wordt het gezien als (deels) oplosbaar, als de oorzaken onduidelijk zijn of als er erfelijke kronkels in het spel zijn, wordt het als chronisch gekarakteriseerd.

Hiaat

Er is dus sprake van een hiaat als het gaat om het begrijpen van de meest hardnekkige stoornissen. Psychologen en psychiaters richten zich nog voornamelijk op het begrijpen en aanvullen van de diagnostiek (‘Kun je ook een narcist zijn als je je verlegen opstelt?’, ‘Is er nog sprake van een afhankelijke stoornis als je situaties waarin je afhankelijk wordt juist vermijdt?’), zonder daadwerkelijk grip te krijgen op de essentie van stoornissen. Dit zou ik graag bekritiseren, maar de eerste impuls die dat oproept is de kreet ‘ik heb geen psychologie gestudeerd, dus misschien moet ik er niet over oordelen.’ Dat terwijl, naar mijn inziens, meer commentaar van buitenaf op het vakgebied in dit geval alleen maar behulpzaam kan zijn. Er zit een enorme kloof tussen het begrip van psychologen en psychiaters en de ervaringswereld van normale mensen, die vaak als ze zelf in behandeling zijn het woord ‘onderbewustzijn’ of ‘trauma’ niet zullen horen.

Meer betrokkenheid van normale mensen bij psychologische debatten zou echter niet alleen voor meer kritische geluiden zorgen (die verbetering van hulpverlening als gevolg kunnen hebben), het zou er ook voor zorgen dat zij meer begrip tonen tegenover mensen met psychische problematiek in hun eigen omgeving. Psychologen mogen dan nog niet veel verder zijn, maar het is nog bedroevender dat iemand met een DSM-stoornis vaak wordt gekarakteriseerd als ‘gek’ of als ‘iemand met een vervelend karakter’. Dit zorgt ervoor dat mensen met problematiek alleen maar verder wegglijden in hun eigen negatieve spiraal. Wat meer inzichtelijkheid in de psychologie zou de wijdverspreide kennis vooruithelpen, wat weer meer begrip kan scheppen. “Ein bißchen Frieden, ein bisschen Liebe,” had Freud ongetwijfeld wijslijk geïnitieerd.

Nora

Nora

Hoofdredacteur van Brightlights.nl. In het dagelijks leven studeert ze geschiedenis in Amsterdam en is ze altijd bezig met 10 projecten tegelijkertijd. Ging van vwo naar havo en weer terug naar versneld vwo. Wordt week van stoffige literatuur en kriebelig als ze niet kan schrijven. Organisatiejunkie, omdat haar hoofd een oerwoud, dierentuin of 10-baanssnelweg is.

Reageren