BrightLights
slaapkamer

Irreële angsten: hoe men de angst vooral verbeeldt

In een serie van drie artikelen onderzoekt Mette de manier waarop wij mensen met onze angsten omgaan. Vandaag beschrijft ze de beelden in de hoofden van haar omgeving.

In het vorige artikel schreef ik over mijn eigen kinderangsten. Die verbeeldde ik op een redelijk speciale wijze: in de vorm van vreemde heksen met aparte eetgewoontes.

Mijn eigen gedachtekronkels riepen nogal wat vragen bij me op, zoals: hoe komt het nou eigenlijk dat ik de enge dingen op die manier verbeeldde, en iemand anders dat op een andere manier doet? En: hoe verbeeldden andere mensen hun angsten toen ze klein waren? Uit nieuwsgierigheid vroeg ik wat rond. Hier een lijstje.

Meest voorkomende schrikbeelden nummer 1: het monster onder je bed

Een angst die vaak werd genoemd, was die voor een monster dat zich tussen de vloer en de onderkant van het matras verschuilt, iets waar sommigen zelfs op twintigjarige leeftijd nog voor vrezen. Een echte vorm heeft dit monster meestal niet.

Deze angst is volgens mij te verklaren is aan de hand van het gebrek aan licht onder het bed, vergezeld door een overschot aan vertrouwen dat je geeft áán je bed op het moment dat je erbovenop gaat liggen slapen. Wanneer je immers lekker onder je warme dekens verstopt bent, kun je absoluut niet zien wat er daar in die lege ruimte gebeurt. Je weet dat je zweeft boven de grond, en dat er zich, recht onder je kwetsbare lichaam, een duistere en stoffige plek bevindt, terwijl je je toch zo behaaglijk voelt, daarboven. Het is het contrast tussen deze twee gevoelens dat het allemaal nog eens extra eng maakt: er klopt iets niet, en in je achterhoofd blijft dat zeuren.

Het valt te beargumenteren dat dit monster makkelijk kan verdwijnen door simpelweg onder je bed te kijken, flink rond te schijnen met een zaklamp en te ontdekken dat er slechts chipskruimels en verloren enkelsokken te vinden zijn, maar dat valt tegen. De beangstigde leeft namelijk met een dilemma. Hij of zij wéét dat geruststelling zal helpen, maar wil tegelijkertijd niet worden geconfronteerd met het eventuele kwaad dat zich verschuilt onder de veilige slaaphaven.

Een veel gekozen tactiek om toch naar dromenland te gaan, is om van twee meter afstand heel erg ver te springen, zodat de handen van het monster in geen geval lang genoeg zullen zijn om de voeten van de persoon in kwestie vast te grijpen, vervolgens diep tussen het dons te kruipen en de angst tussen de oren maar gewoon zo veel mogelijk te negeren, en daarna niet te gaan plassen tot het ochtend is.

Eigenlijk doet deze persoon dan hetzelfde als ik deed met mijn heksen: hij plaatst het kwaad op een afstand.

Meest voorkomende schrikbeelden nummer 2: dode ouders

Een ander ernstig gevaar waar veel kinderen zich door bedreigd hebben gevoeld is dat van ouders waar iets mee gebeurt dat hun gezondheid niet ten goede komt. Veel mensen hebben het gehad over dromen waarin hun ouders kanker hadden, of stierven in een verkeersongeluk. Andere kinderen waren bang als hun ouders te laat op het schoolplein verschenen: er zal toch niets gebeurd zijn?

Dit beeld is waarschijnlijk deels afkomstig uit boeken en films: is immers niet haast de helft van alle kinderhelden wees? En dan heb ik het niet alleen over Harry Potter, maar ook over bijvoorbeeld Jimmy Neutron (van Nickelodeon), of zelfs Assepoester.

Daarnaast zijn ouders natuurlijk een symbool van bescherming. De meeste kinderen weten zeker dat hun vaders en moeders er alles voor over zouden hebben om hun nageslacht te redden van de wereld. Daar komt nog bij dat zij het zijn die voor de kinderen zorgen: ze koken, maken schoon, kiezen de kleren… Stel dat de ouders van een tienjarige plotseling niet thuis zouden komen, dan zou dat kind geen idee hebben wat hij of zij moest doen. Zelfs met tandenpoetsen heeft het nog hulp nodig.

Het gaat hier uiteindelijk dus om hulpeloosheid; de ouders zorgen voor een bescherming die de kinderen totaal niet in de hand hebben, maar waar ze wel totaal afhankelijk van zijn. Juist omdat ze geen controle hebben over het gedrag of lichaam van hun ouders, zijn ze zo bang dat er iets met hen gebeurt.

Meest voorkomende schrikbeelden nummer 3: enge mannen

Onze hele jeugd worden we verteld om niet met vreemden mee te gaan, niet met onbekenden te praten en geen snoepjes aan te nemen van mensen op straat. We worden verteld om goed op onszelf te letten. We krijgen zelfs zelfverdedigingsles op de basisschool.

Iemand gaf aan dat haar angst werd aangewakkerd door de veiligheidsmechanismes die haar werden aangeleerd. De judotechnieken die haar bijgebracht werden of het telefoonnummer van de politie dat ze uit haar hoofd moesten kennen, zorgden er alleen maar voor dat ze zich minder veilig voelde. Blijkbaar was dat dus nodig om te overleven?

Een andere jongen met wie ik praatte constateerde dat zijn beeld ook steeds achterdochtiger geworden was. Waar hij als kleine jongen voor niets en niemand bang was, begon, naarmate hij ouder werd, elke man op straat eruit te zien als een potentiële kinderlokker.

Het gaat hierbij dus vooral om beeldvorming; wat gevaarlijk wordt genoemd door je omgeving, wordt dat uiteindelijk ook voor jou. Je kleurt de dingen in met de verf die je gekregen hebt, en meestal braaf op nummer zoals je dat ook doet met de schildersets die je van je tante hebt gekregen voor je negende verjaardag.

De rest

Nu zijn er ook nog mensen die net als ik hele vreemde dingen bedenken, zoals bijvoorbeeld het hoofd van een bepaalde groene boeman dat steeds overal opduikt, of de angst voor lange lanen, schaduwen van spinnen op de muren…

Maar alles bij elkaar lijkt het erop dat veel van de mensen die ik ken toch wel voor ongeveer dezelfde dingen bang zijn geweest. Wat me opvalt, is dat bijna alle angsten het sterkst naar boven komen voor het slapengaan.

Uiteindelijk staat in elke vorm van vrees een soort van kwetsbaarheid centraal, en een gebrek aan vertrouwen. Veel van ons blijken bang hun lichaam te laten rusten, blijken weinig te geloven in de goede bedoelingen van anderen. Het gaat daarbij vooral om dingen die buiten onszelf staan: de ruimte onder je bed, mensen op straat, je ouders… zeker als kind is het allemaal zo groot en onbeheersbaar.

Zoals ik in het vorige artikel al verwachtte; we vrezen voor het onbekende. Maar meer nog vrezen we dat waar we het minst aan kunnen doen. We zijn bang om ons lichaam uit handen te geven, want onze eigen bescherming is uiteindelijk toch de enige waar we zeker van zijn.

Mette

Mette

Telt de dagen tot haar eindexamen gymnasium maar kent nog steeds geen Griekse goden. Schrijft op lege bladen en verslaapt zich elke ochtend. Is stiekem activistisch, maar schreeuwt niet vaak van de daken. Praat veel en vaag en onbegrijpelijk, maar is best aardig verder. Daarbij geïnteresseerd in alles wat diepzinnig is. Huilt bij bijna elke film, maar is stoer als ze de weg vraagt.
Is meestal aan het dromen maar luistert graag naar je verhalen.

Reageren