BrightLights
oxford

Oxford: hoe is dat nou echt?

Hoi, ik ben Wiesje. Ik heb net mijn eerste jaar afgerond aan de Universiteit van Oxford, Engeland. Over twee jaar hoop ik mijn BA (Bachlor of Arts) the hebben in PPL (Psychology, philosophy & Linguistics).

Tussen het begin en het eind van mijn eerste jaar ligt een wereld van verschil. Oxford is nu gewoon voor mij. Het trashen (in scheerschuim, prosecco en glitter) van mijn vrienden op de laatste dag van hun examens was de afgelopen twee weken een dagelijkse bezigheid; de obers die mijn wijnglas bijvullen op ieder formal dinner lijken bijna normaal. Als ik in mijn sub fusc (verplichte kledij voor examens en officiele gelegenheden) de high street af loop op weg naar mijn examens, voel ik me op me op de eerste dag nog wat ongemakkelijk als alle toeristen foto’s van me maken.

De laatste dag is het niet minder dan normaal dat iedereen er zo bij loopt. En natuurlijk kun je aan de kleur carnation (een bloem) die iemand draagt zien hoeveel examens hij nog moet maken, dat weet toch iedereen? De bibliotheek struin ik af op zoek naar de boeken van mijn vakantieleeslijst en bijna vergeet ik hoe indrukwekkend groot en prachtig hij is. Voor ik de overtocht maakte, fantaseerde ik veel over hoe het zou zijn om in Oxford te leven en studeren. Het zou toch niet echt zo Harry Potter-achtig zijn als iedereen het beschrijft? Nu kan ik naar waarheid zeggen: we hebben misschien geen toverstokken, maar alle clichés zijn waar. Leven in Oxford is leren om waanzinnigheid normaal te vinden.

Oude tradities, soms hilarisch, soms gewoon raar, worden zonder vragen nageleefd en doorgegeven. Deze verschillen vaak per college. Toen wij na een koorconcert werden uitgenodigd om het formal dinner op Oriel College bij te wonen, verbaasde ik mij toen ik opeens mensen over de tafel zag lopen. Om je een beeld te geven: formal dinners zijn ontzettend formeel. Zonder stropdas (voor de heren) of chique cocktailjurk (voor de dames) kom je de eetzaal niet in. Iedereen zoekt een plek, maar gaat niet zitten! Iedereen wacht achter zijn stoel tot de deur naar de tumorkamer wordt geopend. Het geroezemoes verstomd en de tutoren komen binnen in hun verschillende gowns (soort Harry Potter capes) die hun verschillende statussen aangeven. De leraren zoeken hun plek, de grace wordt gezegd (in het Latijn natuurlijk) en dan pas gaat iedereen zitten. Obers serveren je een driegangenmenu en vragen je beleefd of je witte of rode wijn wilt. Tot zo ver niets vreemds, totdat ik in mijn ooghoek een meisje uit de bank zag klimmen en over de tafel zag lopen in haar chique jurk. Mijn mond viel open, maar iedereen ging door met de maaltijd alsof er niets vreemds was gebeurd. Ik tikte mijn buurman aan en wees naar de tafelloper. “Oh,” antwoordde hij,”dat doen ze in Oriel altijd, zal wel iets te maken hebben met dat de lange tafels zo dicht tegen de muur staan”. En hij ging door met eten, terwijl ik probeerde niet in lachen uit te barsten bij het zien van al die opgedofte mensen, die rustig dineren terwijl er iemand tussen hun voedsel doorloopt.

Of dan May Morning. Op de nacht voor eerste dag van maart blijft iedereen op. Op de ochtend van 1 maart komt iedereen uit de club, pub, kamers of parken om te verzamelen onder de toren van Magdalen College (spreek uit: Modlen) waar om 6 uur ’s ochtends het Magdalen College Choir de Hymnus Eucharisticus zingen vanaf de top van de toren. Hierna stommelt iedereen naar bed om misschien 2 uur slaap te pakken voor de lectures en tutorials weer beginnen. Dit jaar viel May Morning gelukkig op een zaterdag, dus konden we bijslapen voor de tutorials weer begonnen.

Slaap is sowieso ook wel een ding in Oxford, of eigenlijk: een tekort aan slapen. Voor ik naar Oxford kwam sliep ik zo’n 10,5 uur per nacht en ik nam me voor om in Oxford geen genoegen met minder dan 9,5 uur per nacht. Daar ben ik snel op terug gekomen… De deadlines stapelen zich op en een deadline niet halen is geen optie. Dus als het 10 uur ’s avonds is en je essay moet ingeleverd worden voor lunchtijd de volgende dag, dan zit er maar een ding op. Als je om 4 uur ’s ochtends de laatste woorden van je conclusie schrijft ben je zo uitgeput dat je te moe bent om blij te zijn dat je je wordcount hebt gehaald. De volgende ochtend moet je om kwart voor 6 aantreden bij het boothuis voor een ochtendroeisessie. Daarna begint de dag en doe je net alsof je kunt functioneren op 1,5 uur slaap. Soms, heel soms, vind je ergens een uurtje de tijd gedurende de dag dat je achter je bureau zit om te werken en je jezelf kan overtuigen dat het productiever is om een middagdutje te doen. Ik wist vroeger niet dat slapen een van de heerlijkste activiteiten is die er bestaan. Nu geniet ik van ieder in mijn bed.

Dan nog al de mythes over het aanmeldingsproces. De meeste mythes gaan over de interviews, waar de volgens sommige verhalen een leraar een rugbybal naar je gooit en je bent aangenomen als je hem vangt. Zo ver gaat het nog net niet, maar de excentrieke persoonlijkheden van sommige tutoren maken hun interviews wel ver van normaal. Hoe dan ook, de tutoren zijn op zoek naar breinen waarvan zij geloven dat zij daar kennis in kunnen stoppen. Breinen die die kennis niet alleen opnemen, maar kritisch verwerken. Het aanmeldingsproces in zijn geheel heeft meer stappen dan in Nederland en kost meer tijd en voorbereiding. Ik heb een overzicht gemaakt van alle informatie die je nodig hebt voor, gedurende, en na je aanmelding. Denk je erover na om je in Oxford aan te melden? Heb je er de cijfers voor en de vastberadenheid? Probeer het dan gewoon! Dat is wat ik deed, en nu kijk ik terug op het jaar van mijn leven.

Reageren