BrightLights
job

Crisisgeschiedenis: The Great Depression

Na een serie te hebben geschreven over de meest recente crisis, had ik de smaak te pakken en kon ik bijna niet anders dan ook deze crisis aan te boren. De crisis van de jaren ’30 in de VS is de grootste financiële puinzooi óóit en als je deze naast de crisis van 2008/2011 legt, dan verbleekt die als ‘n malle. Het halve land stortte in door een wereldwijde schuldencrisis en een bankencrisis. Hoe kon deze crisis gebeuren en hoe bepalend was deze voor het verloop van de geschiedenis?

Het is augustus 1929. De volledige Amerikaanse economie stagneert, wat het begin betekende voor een ongekend grote depressie op financieel-economisch gebied. Aandelen waren vrijwel net zo populair tegenwoordig, maar mensen belegden niet alleen hun eigen geld; vooral geleend geld. Heel erg veel geleend geld, zelfs. Dit geld was geleend van banken, die het in de zomer van 1929 niet erg makkelijk hadden, zacht gezegd. Op 24 oktober 1929 (ook wel bekend als Zwarte Donderdag) barstte de bom en gingen aandelenkoersen als een malle naar beneden. Binnen vijf dagen stortte de gehele effectenbeurs in (de plek waar de aandelen en obligaties verhandeld worden). Mensen vertrouwden het bancaire systeem niet meer door deze grote speling en besloten massaal hun spaartegoeden op te nemen, een zogeheten bankenrun. En wat moet je nou net niet doen bij een bank die net het kopje boven water houdt? Precies, zijn laatste liquide middelen wegnemen.

Een groot aantal banken ging hierdoor over de kop en de resterende spaartegoeden werden opgeslokt. In 1930 zouden in het totaal meer dan 700 Amerikaanse banken het loodje leggen. Wat er vervolgens gebeurde was een gigantische afname in koopkracht van de middenklasse, die ging bezuinigen op vrijwel alles door hun plotselinge financiële misère. Hierdoor kwam de industrie in de problemen; iets produceren dat niemand koopt heeft namelijk over het algemeen weinig zin. Ze konden geen geld lenen bij de bank om overeind te blijven, die was er namelijk toch niet meer, maar de schuld die ze nog bij de bank hadden werd wel ingevorderd. Resultaat? Ook de fabrieken gingen failliet en arbeiders kwamen op straat. Uitkering aanvragen en doorleven, toch?

Dat werkte anno 1930-Amerika even anders. Er was namelijk niet tot nauwelijks een sociaal vangnet, eens iets anders dan in Nederland waar je zelfs voor WC-papier nog een toeslag kunt aanvragen. De koopkracht van de arbeiders daalde niet, hij verdween. Ze hadden geen inkomen meer en moesten dus hun bezittingen opeten. Door het wegvallen van vertrouwen en het verdwijnen van de banken gingen de mensen thuis hun geld oppotten, zodat de rente juist steeg. Er was geen vraag meer naar producten, wat leidde tot de gevreesde deflatoire spiraal. Dat klinkt eng, niet?

Een deflatoire spiraal kan het beste gezien worden als een neerwaartse spiraal van deflatie, wat inhoudt dat de deflatie (prijzendaling) maar door blijft gaan. Een aanhoudende prijsdaling resulteert er in dat je in het uiterste geval voor een paar cent een huis koopt, niet zo bevorderlijk voor de economie dus. De prijzen daalden zo snel in de jaren dertig dat de consument zijn aankopen nog maar even uitstelde, omdat er vast nog wel een daling zou komen. Dus het ging nog even door.

Het principe ‘crisis’ was natuurlijk niet nieuw, dit gebeurde in de voorgaande eeuwen ook al. Maar de rotgang die deze representeerde was ongekend, een daling van het bruto nationaal product met 40% in één jaar tijd, was nog nooit voorgekomen.

Maar hier hield het helaas nog niet op. De crisis hield nog enkele jaren aan en de halve wereld werd meegezogen in de ravage van de VS, inclusief Nederland trouwens. Nederland hield vast aan oude rekenmethodes en liep hierdoor een beetje achter. Door een algehele economische ontevredenheid keerden veel mensen zich tegen de overheid, die machteloos leek te zijn. Het zorgde ervoor dat nationalistische ideeën in trek raakten. In de jaren ‘40 zou dat een ravage als resultaat hebben.

Joran-Lars

Joran-Lars

Joran-Lars is 18, Adjunct-hoofdredacteur, volgt een opleiding die 'm geen fluit interesseert en komt zijn dagen door met zijn voetjes op tafel. Buiten school besteedt hij zijn tijd vooral aan lezen en schrijven, en het ondernemen van de meest doldwaze avonturen. Schrijft bij Brightlights over alles wat hem te binnen schiet, wat vaak resulteert in een klaagzang. Lezen op eigen risico!

Reageren