BrightLights
strand

Wat zijn we zonder oorlog?

Het nieuwste boek van Daan Heerma van Voss gaat over oorlog. Zomaar een spannend verhaal is het niet. Net zoals in al het werk van jonge Nederlandse schrijvers staat een generatiedilemma centraal. Want, kunnen de twintigers van nu weten wie ze zijn, zonder een oorlog mee te hebben gemaakt? Het is een verleidelijke vraag, die in één klap weer oersaai te maken is.

‘Wat voor persoon zou jij zijn in de oorlog?’
Mijn vriend kwam niet met een langdradige overpeinzing, maar omschreef gelijk wat voor een held hij zou zijn. Iets nuttigs presteren is van groter belang dan je eigen veiligheid behouden, vond hij.

Ik beschouw zo’n opvatting eigenlijk als moralistisch geneuzel. Waarschijnlijk stelt iedereen zichzelf voor als verzetsheld, als je erom vraagt. In de oorlog zelf moet dat ontzettend tegenvallen. Volgens mij hebben we nog meer aan mensen met mijn overtuiging, die gewoonweg zeggen dat ze waarschijnlijk naar Zuid-Amerika zullen vluchten om daar cocktailslurpend op het strand te zitten tot het weer veilig is. Daar hoef je dan ook niets van te verwachten.

Van mijn vriend kreeg ik een gefrustreerde reactie. Alsof de oorlog echt ieder moment kon beginnen en ik nu al als verrader bestempeld kon worden. De laatste oorlog in ons land verdwijnt echter beetje bij beetje uit ons collectief geheugen. Veteranen sterven uit, onze eigen ouders hebben geen flauw idee van hoe het is om in een oorlog te moeten leven. Laat staan een idee van wat ze in een oorlog zullen doen en of ze ‘goed’ of ‘fout’ zullen zijn.

Als ik mezelf als mens moet definiëren, denk ik niet aan wie ik in de oorlog zou zijn. Als ik mijn grootouders of overgrootouders moet omschrijven, lijk ik hun situatie in de oorlog ook niet mee te rekenen. Waar je gedrag in de oorlog na 1945 je naam en je toekomst bepaalde, is het nu zo nietszeggend geworden. Begrippen als goed en kwaad nemen we met een korreltje zout. Zowel de NSB’er en de zwijgende omstander vinden we naïef, maar we weten ook dat zij het moeilijk vonden. We weten dat zij hun gezin wilden beschermen, we weten dat hun informatievoorziening niet goed was, dat gevaar een mens onzeker kan maken. Kortom, we kunnen ontzettend veel redenen bedenken om elkaar te blijven begrijpen. Goed en kwaad zijn grijs.

Het is niet verwonderlijk dat na de oorlog de Franse existentialist Jean-Paul Sartre immens populair werd in West-Europa. Een identiteit is nooit af, zei hij, en iedere keuze die je maakt levert een kleine bijdrage aan wie je bent. Een identiteit kan niet puur gebaseerd zijn op de handelingen die een persoon ooit heeft verricht, maar is een product van alles dat hij heeft gedaan en gelaten in zijn leven. Zo’n filosofie zou niet achteraf faam moeten maken, het zou een richtlijn moeten zijn van het denken van mensen in crisistijden.

In al die jaren heeft onze moraliteit een ontwikkeling doorgemaakt, waardoor we nu anders kijken naar gebeurtenissen, daden en keuzes. Een persoon bestaat uit een breed scala aan kleurige karaktereigenschappen en niet meer uit de beslissingen die in een paar jaar tijd onder ernstige druk gemaakt worden. Dit evolutionaire idee van identiteit laat ons juist beter begrijpen wie we zijn.

Ik ben een denker, maar ook iemand die graag tekent, schildert en schrijft. Ik kan mooie mailtjes schrijven en wordt weer ongemakkelijk als ik tegenover iemand zit. Ik lees graag dikke boeken, maar als ik het druk heb kijk ik net zo goed oppervlakkige realityprogramma’s. Zowel Beethoven als Billy Joel staan op mijn iPod. Ik slaap eigenlijk veel te veel, moet eens beginnen met sporten, heb een hekel aan treinreizen en ben dol op katten.

Ik ben een palet van allerlei onbenullige, kleine karaktereigenschappen. En niet alleen goed of slecht. Gelukkig is er zoiets als tijdgeest. En hebben we geen oorlog nodig om te weten wie we zijn.

Nora

Nora

Hoofdredacteur van Brightlights.nl. In het dagelijks leven studeert ze geschiedenis in Amsterdam en is ze altijd bezig met 10 projecten tegelijkertijd. Ging van vwo naar havo en weer terug naar versneld vwo. Wordt week van stoffige literatuur en kriebelig als ze niet kan schrijven. Organisatiejunkie, omdat haar hoofd een oerwoud, dierentuin of 10-baanssnelweg is.

Reageren