BrightLights
Napoleon

Slim zonder bètatalent

Sinds kort studeer ik geschiedenis. Een studie die me in de derde klas al aansprak, waar ik nu al mijn talenten voor kan gebruiken. Toch vonden sommige mensen in mijn omgeving deze keuze opmerkelijk: “Ik dacht dat jij een goede leerling was, waarom doe je geen bètastudie?” 

Niet alleen mijn omgeving gelooft in dit soort oordelen; het lijkt alsof de gehele maatschappij meedoet aan een massale bètahysterie. Zelfs de overheid zet enthousiast campagnes op om bètatalent aan te moedigen en steekt een flinke voorraad subsidie in het verbeteren van technisch onderwijs. Omdat alfa- en geesteswetenschappen op dit moment minder carrièreperspectief bieden dan een Science-diploma, lijken we massaal te vergeten dat studies als geschiedenis, Frans en filosofie méér zijn dan een gezellige hobby.

Pijnlijk onderscheid

Als ik naar de dagelijkse praktijk kijk, begrijp ik wel dat deze vooroordelen gevoed worden.  Waar de bachelors en masters voor technische studies tegenwoordig de titel Bachelor of  Science verstrekken, moeten de geesteswetenschappen het doen met Bachelor of Arts. (“Kennelijk is nadenken tegenwoordig ook al een kunst“, grapte een vriend) Als student in Amsterdam krijg ik dan ook nog eens te maken met massale demonstraties om het versimpelen of wegbezuinigen van de ‘minder rendabele’ studies te voorkomen. Zelfs docenten lopen mee in protestmarsen; de UvA is immers bereid om hele taalstudies uit het pakket te schrappen.

Dat terwijl alle academici weten dat alfastudies en bètastudies niet te vergelijken zijn. Waar vakken als wiskunde en natuurkunde concrete antwoorden bieden op duidelijke vraagstukken, zijn de alfastudies denkstudies. Ze beantwoorden meer abstracte vragen, zoals: hoe worden mensen gelukkig? Hoe behoud je vrede in een maatschappij? Wat is de juiste manier om je leven te leiden? – Het zijn vragen zonder een direct resultaat, maar het debat rond deze vragen zal uiteindelijk altijd zijn vruchten afwerpen. Al ziet een kortzichtig mens het verband tussen het bestuderen van de Franse Revolutie en het verbeteren van de moderne politiek niet, met wat achtergrondkennis moet je beter weten.

Lager niveau

Daarnaast bestaat er een vooroordeel dat stelt dat deze studies makkelijker zijn dan de technische studies. Een nieuwerwetse illusie die bij de meeste leerlingen in de derde klas tot stand komt, als ze een profielkeuze moeten maken. Iedereen die een bètaprofiel kan volgen, moet dat zeker doen, is de mentaliteit. Het maakt dat de goedpresterende leerlingen meestal voor een B-profiel kiezen en de rest ‘maar iets met cultuur gaat doen’. Reden voor deze keuze? Een gebrek aan technisch talent. Toen ik zelf naar de vierde klas ging, ervoer ik hoe treurig deze situatie is: in de les geschiedenis zat vrijwel niemand die écht geïnteresseerd was in het vak, maar vooral leerlingen die dachten dat geschiedenis gewoonweg eenvoudiger is dan scheikunde.

Dat terwijl dit, zoals ik al noemde, absoluut niet het geval is. Een algebraïsche berekening maken en het omschrijven van historische ontwikkelingen zijn vooral tótaal onvergelijkbaar. Op de vraag of alfastudies makkelijk zijn kan ik snel en duidelijk een antwoord geven. Blader eens een van mijn lesboeken door of probeer de honderden jaartallen en begrippen te onthouden die ik voor mijn tentamens moet kennen. Zelfs een briljante wiskundestudent zal daar moeite mee hebben.

Nora

Nora

Hoofdredacteur van Brightlights.nl. In het dagelijks leven studeert ze geschiedenis in Amsterdam en is ze altijd bezig met 10 projecten tegelijkertijd. Ging van vwo naar havo en weer terug naar versneld vwo. Wordt week van stoffige literatuur en kriebelig als ze niet kan schrijven. Organisatiejunkie, omdat haar hoofd een oerwoud, dierentuin of 10-baanssnelweg is.

Reageren